De verpleegsterhaai (Ginglymostoma cirratum) is een bekende, op de bodem levende haaiensoort die zijn oorsprong vindt in de warmere, tropische en subtropische delen van de Atlantische en oostelijke Stille Oceaan. In het oosten van de Atlantische Oceaan strekt zijn leefgebied zich uit van de kusten van West-Afrika tot aan Zuid-Europa, terwijl hij in het westen voorkomt van de oostkust van de Verenigde Staten via de Caribische Zee tot aan het zuiden van Brazilië. Het is een uitgesproken kustbewoner die zich bij voorkeur ophoudt op ondiepe koraalriffen, rotsbodems, zandvlaktes en in mangroven op dieptes van een halve meter tot zo'n zeventig meter. De verpleegsterhaai is hoofdzakelijk nachtactief; overdag rust hij vaak in grote groepen op de zeebodem of onder rots- en koraalrichels. 's Nachts gaat hij op zoek naar voedsel en gebruikt hij zijn krachtige zuigkracht om kreeftachtigen, inktvissen, zee-egels en op de bodem rustende vissen op te slokken.
Uiterlijk is de verpleegsterhaai zeer gemakkelijk te herkennen aan zijn robuuste, langgerekte lichaam en brede, afgeplatte kop met een typische vierkante snuit. De huid heeft een egale, geelbruine tot donkergrijze tot chocoladebruine kleur, terwijl jonge exemplaren vaak bedekt zijn met kleine, donkere vlekjes die naarmate ze ouder worden verdwijnen. Een van de meest karakteristieke kenmerken zijn de twee opvallende neusbaarddraden (barbels) aan weerszijden van de bek, die dienen als tast- en zintuigorgaan om prooien in het zand op te sporen. Daarnaast bezit de vis twee afgeronde rugvinnen, waarvan de eerste aanzienlijk groter is dan de tweede, en een opvallend langgerekte bovenste staartlob die bijna een kwart van de totale lichaamslengte beslaat. Volwassen exemplaren kunnen een indrukwekkende lengte van circa tweeënhalf tot drie meter bereiken.
Binnen de familie Ginglymostomatidae en verwante bodemhaaien kan de verpleegsterhaai verward worden met de koraalverpleegsterhaai (Nebrius ferrugineus) of de kleine zusterhaai (Pseudoginglymostoma brevicaudatum). De koraalverpleegsterhaai heeft echter veel spitsere, sikkelvormige vinnen en komt uitsluitend voor in de Indo-Pacific. De kleine zusterhaai blijft met zijn maximale lengte van ongeveer vijfenzeventig centimeter vele malen kleiner, heeft een veel kortere staart en bezit aanzienlijk kortere neusbaarddraden. Echte zandhaaien of rifhaaien (zoals de deels overlapping vertoonde zeebrahaai) hebben een veel stroomlijnder profiel, een spitse snuit en missen de kenmerkende vlezige neusbaarddraden aan de onderzijde van de snuit.
Wat betreft de huidige status is de verpleegsterhaai op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN geclassificeerd als 'Kwetsbaar' (Vulnerable). De populaties staan voornamelijk onder druk door menselijke activiteiten in de kustzones. De haai heeft te lijden onder habitatverlies door de aantasting van koraalriffen en mangroven, vervuiling en intensieve visserij. Hoewel de vis niet altijd de primaire doelsoort is, wordt hij vaak gevangen als bijvangst in sleepnetten en vissenvalsystemen, of gerichts bejaagd voor zijn stugge huid (leer), vlees en levertraan. Striktere kustbescherming en het instellen van mariene reservaten zijn belangrijk voor de instandhouding van deze soort.
Deze soort heb ik het laatst in Blijdorp gezien en gefotografeerd op 29-09-2026.
Deze soort heb ik gezien in Blijdorp